designoverlay: show | hide | 30% | 60% | 90%
Ondernemerschap
Een korte handleiding om een gezonde journalistieke praktijk op te zetten of een bestaande praktijk crisisbestendig te maken.

Een ondernemingsplan opstellen is meestal niet nodig, het volstaat de hoofdlijnen kort op papier te zetten en deze regelmatig bij te stellen. Beter een actueel A4’tje dan een prachtplan dat in de praktijk toch niet uitkomt.

Dit stappenplan is afgeleid van Handboek ZZP 2012, de stappen zijn toegespitst op journalistieke ondernemers. Op de site van het handboek vind je tien schema’s om je praktijk door te rekenen.

1. Weet wat je wilt

  1. Specialiseer je en zorg dat je de beste bent op jouw gebied. Kies een werkterrein dat bij je kennis en ervaring past én waar je hart naar uitgaat. Er is meer vraag naar artikelen over economie en ICT dan over linguïstiek en sterrenkunde, maar ook met die laatste onderwerpen kan een specialist een bloeiende praktijk opbouwen. Reserveer tijd voor studie.


  2. Ken je kwaliteiten als ondernemer. En je tekortkomingen. Geboren ondernemers zijn zeldzaam, leg dus vast welke zwakke punten je wilt verbeteren en welke je ondervangt door taken uit te besteden. Let vooral op administratie [7h], acquisitie [3g] en onderhandelen [4d].


  3. Leg je doelen vast op korte termijn (1 tot 2 jaar) en op lange termijn (3 tot 5 jaar). Een goed hulpmiddel zijn de drie p’s: poen, pret en prestige. Hoeveel geld wil je verdienen? Wat zijn de leuke klussen die je wilt doen? En welke prestigieuze opdrachtgevers wil je aan je zegekar binden? Zorg dat er vooruitgang in je praktijk zit: durf te groeien, of het nu in de breedte is of in de diepte.


  4. Bepaal hoeveel tijd je aan je praktijk kunt en wilt besteden. Dat is afhankelijk van je privéleven, maar ook van de vraag of je je ziel en zaligheid kwijt kunt in je werk of dat het vooral een manier is om geld te verdienen. Een werkweek van 40 uur is lang als je met tegenzin werkt.


  5. Bedenk of je fulltime ondernemer wilt zijn of een ‘hybride ondernemer’ die zijn praktijk uitoefent naast een vaste baan. Als je loondienstverband nauw aansluit bij je freelance werk is het prima, maar anders kan een baantje makkelijk leiden tot versnippering. Het aantal gewerkte uren heeft ook invloed op de VAR [7a], de Eigen Verklaring [7b] en de belastingvrijstellingen [7d].


  6. Beslis hoeveel je wilt verdienen, en vooral hoeveel er minimaal moet binnenkomen gezien je financiële verplichtingen. Startende zelfstandigen hebben de neiging om bij voorbaat uit te gaan van een inkomen op bijstandsniveau. Een betere doelstelling is het nettoloon dat je zou eisen als je zou solliciteren naar een vergelijkbare baan.


  7. Organiseer steun en feedback. En je eigen kritiek, want als freelancer is het makkelijk om confrontaties uit de weg te gaan. Zorg dat iemand je regelmatig een spiegel voorhoudt, dat kan een ervaren adviseur zijn, een vriend of een collega-journalist.

  8.  


2. Verken de markt


Omschrijf kort de verschillende soorten werk die je aanbiedt en gebruik daarbij het perspectief van je opdrachtgevers. De meeste freelancers zijn op meerdere terreinen thuis. Mar zelfs een freelancer met één specialisatie heeft meerdere ‘producten’, bijvoorbeeld columns, reportages en lezingen.

  1. Kies de doelgroepen die je wilt bedienen. Dat kunnen verschillende kranten, bladen en websites zijn, maar doelgroepen kunnen ook buiten de journalistiek liggen. Zorg daarbij dat je onafhankelijkheid boven elke twijfel verheven blijft.


  2. Bepaal welke soorten werk je aan welke doelgroepen wilt aanbieden. Spreid je risico’s en let daarbij op de levenscyclus van je werkzaamheden. In de introductiefase kijken klanten de kat uit de boom, in de groeifase zijn er weinig concurrenten en zijn de prijzen hoog, in de rijpe fase kun je ook nog goed verdienen en in de neergaande fase moet je omkijken naar wat anders.


  3. Leg je formule vast in één zin. Zo’n verbaal visitekaartje legt je Unique Selling Point (USP) vast. Geef klanten de tijd om aan je formule te wennen, een jaar is de minimale termijn om je eraan te verbinden. De formule komt ook terug in je elevator pitch: een gesprekje van maximaal één minuut waarin je een onbekende uitlegt wat je doet.


  4. Breng je concurrenten in kaart en leer van ze. Benchmarking is daarvoor een goed instrument: je vergelijkt je met de besten uit het vak. Welke onderwerpen pakken ze aan? Welke verhaaltechnieken gebruiken ze? Hoe zorgen ze voor een profijtelijke spin-off van hun werk? Wees concurrenten te slim af, of werk juist met ze samen.


  5. Bepaal op welke specifieke klanten je je gaat richten: bij welke bladen wil je binnenkomen? Met welke uitgever wil je in zee? Aan wie bied je je zelfontwikkelde workshop aan? Actieonderzoek is een goede methode: al onderzoekend ben je aan het werk, al werkend onderzoek je de markt. Hanteer daarbij wel vanaf het begin reële prijzen.


  6. Bepaal je prijs. In de journalistiek is een prijs per woord gebruikelijk, werken tegen een uurtarief is meestal gunstiger. De woordprijs verschilt per blad, informeer bij andere freelancers wat gangbare tarieven zijn. Voor je uurtarief kun je kijken naar het cao-loon dat bij jouw leeftijd en ervaring past, daar komen werkgeverslasten, pensioenopbouw, dertiende maand, vakantietoeslag en overheadkosten bij. Als je het brutomaandsalaris vermenigvuldigt met 0,017 krijg je een uurtarief waarmee je net zo duur bent als iemand in loondienst.


  7. Differentieer je tarieven, bijvoorbeeld naar de aard en spoedeisendheid van de opdracht, de status van de opdrachtgever en je persoonlijke motivatie. Bij de Groene Amsterdammer kun je genoegen nemen met 15 cent per woord, bij een sponsored magazine is het vijfvoudige het minimum.


  8. Geef een deel van je bestaande werk gratis weg: het verhoogt je naamsbekendheid en bindt klanten. Bedenk dus waar je potentiële klanten zitten en wat ze zoeken. Hoe paai je ze met gratis informatie? Maar vooral: hoe ga je er uiteindelijk aan verdienen? Wees niet te bang: als je alle informatie angstvallig afschermt kan weliswaar niemand iets van je stelen, maar verkoop je ook niks.



 3. Zoek opdrachten



  1. Voorkom afhankelijkheid van één of enkele grote opdrachtgevers, en niet alleen omdat de fiscus dat eist. Spreid je risico’s door te bepalen hoeveel opdrachtgevers je minimaal wilt hebben en hoe groot de grootste mag zijn.


  2. Geef je praktijk een herkenbare, aansprekende naam, bij voorkeur je eigen naam. Wat gebruik je als beroepsaanduiding: journalist, publicist, schrijver, redacteur? Of specifieker: wetenschapsjournalist, researcher, interviewer, recensent, analist? Wil je er een kantooruitstraling aan toevoegen: bureau, producties, media? Check of de domeinnaam nog vrij is, zodat je de naam van je praktijk consequent kunt gebruiken in al je uitingen.


  3. Zorg dat je vindbaar bent. Een traditioneel visitekaartje is een nuttig hulpmiddel, een website is zo ongeveer verplicht. Zonder website loop je groot risico opdrachten mis te lopen: als een opdrachtgever je met googelen niet vindt word je meteen afgevoerd van het lijstje potentiële kandidaten.


  4. Begin op tijd met acquisitie, want op het moment dat je opdrachten teruglopen ben je te laat. Welke opdrachten wil je binnenhalen? Bij welke opdrachtgevers? Op welke manier benader je deze? Hoeveel geld en tijd kost dat? Welke actie onderneem je, uitgesplitst naar kwartalen?


  5. Koester je huidige netwerk, want bij bestaande klanten kom je veel makkelijker binnen dan bij nieuwe. Welke personen maken deel uit van je netwerk en bij welke redacties zitten ze? Hoe wil je met ze verder? Welke contacten heb je buiten het directe journalistieke wereldje?


  6. Vergroot je netwerk. Wie wil je aan je netwerk toevoegen en hoe pak je dat aan? Bel redacties met een lijst ideeën [4i] die zijn toegespitst op hun blad. Digitale netwerken als LinkedIn en Facebook zijn leuk, maar ze werken alleen als je ze actief gebruikt. Vergeet de fysieke contacten niet: sluit je aan bij een bestaand netwerk. En ga naar plekken waar jouw potentiële opdrachtgevers komen, zoals debatavonden, cafés en recepties.


  7. Schakel een agent of bemiddelingsbureau in. Dat is vooral handig voor opdrachten die buiten je normale werk liggen, zoals het voorzitten van een congres, het schrijven van een reclametekst of publicatie van bestaand werk in een buitenlands blad.


  8. Let op je uiterlijke presentatie, niet alleen bij je kleding, maar ook bij je brieven, mails, telefoontjes en andere communicatie. Ook al hebben journalisten een slonzig imago, dat is nog geen reden om te overdrijven.


  9. Zeg vaker ‘nee’. Neem geen opdrachten aan die onder je niveau zijn of waarvoor je juist niet competent genoeg bent. Bedank ook voor de eer als je het te druk hebt of als de klus te veel afwijkt van de grote lijn die je voor jezelf hebt uitgezet, dat kan heel goed zijn voor je profiel. Je kunt een opdracht doorspelen aan iemand in je netwerk. Behalve als het om een slechte opdrachtgever gaat: die geef je met plezier de bons.



4. Maak afspraken met je klant



  1. Zorg voor een goede briefing en offerte. Zeker als je de eerste keer voor een blad werkt, zijn heldere, schriftelijke afspraken onontbeerlijk: deadline, aantal woorden, honorarium, onkosten. Zorg ook dat er ook geen misverstanden bestaan over de inhoud. Door zelf een korte outline op papier te zetten houd je bovendien het initiatief in handen.


  2. Hang geen smoesjes op als je een klus dreigt te verknallen of een deadline niet gaat halen. Betrouwbaarheid is een essentiële eigenschap van zelfstandigen en een slechte reputatie spreekt zich snel rond.


  3. Wees brutaal en vergeet het pedagogische rijmpje ‘Kinderen die vragen worden overgeslagen’. Een fors honorarium met dito onkostenvergoeding vragen maakt een professionele indruk. Bovendien is een eenmaal overeengekomen woordprijs of uurtarief later moeilijk te verhogen.


  4. Oefen je in onderhandelen, want voor niks gaat de zon op. Durf het gesprek af en toe stil te laten vallen, degene die de stilte verbreekt trekt vaak aan het kortste eind. En zorg dat je vooraf weet waar je ondergrens ligt.


  5. Breng meerwerk in rekening. De term stamt uit de bouw, maar is bruikbaar in alle situaties waarin sprake is van extra werk dat niet te voorzien was, of van aanvullende eisen die de opdrachtgever achteraf stelde. Trek op tijd aan de bel, op het moment dat de klus is afgerond heb je weinig poot meer om op te staan.


  6. Zorg bij een gezamenlijk klus voor heldere afspraken over briefing, coördinatie en controle. Laat alle betrokkenen bij voorkeur zelf factureren bij de opdrachtgever, want als de factuur via jou loopt ben jij aansprakelijk als de klant niet betaalt. Zeker bij drukwerk is dat een groot risico.


  7. Verdiep je in de leveringsvoorwaarden van je opdrachtgever, want vaak is hij in staat om ze eenzijdig op te leggen. Concentreer je op bepalingen die voor jou onaanvaardbaar zijn en laat die doorstrepen. Wees vooral alert op ‘generiek hergebruik’ en ‘exclusieve overdracht’.


  8. Bewaak je auteursrecht, want het kan tot zeventig jaar na je dood een inkomstenbron zijn. Om het auteursrecht te verkrijgen hoef je niets te doen, om het je niet te laten afnemen door uitgevers of producenten des te meer. Check op internet ook regelmatig of er niet ordinair van je gestolen wordt, bijvoorbeeld door te googelen.

  9. Houd je ideeën voor je, want ze zijn niet beschermd. Tegelijk moet je ideeën delen om ze aan de man te kunnen brengen. Laat bij grote projecten eventueel vooraf een geheimhoudingsverplichting ondertekenen, maar wees niet te angstvallig. En als iemand ermee vandoor gaat door er een eigen draai aan te geven, dan verzin je toch gewoon wat anders?


  10. Laat conflicten niet uit de hand lopen. Ga de strijd aan, houd een dossier bij, maar bedenk tegelijk: wat levert een rechtszaak me op? Wat zijn mijn kansen? Is er wel wat te halen? Houd je hoofd erbij en bijt je niet vast in je emotionele gelijk: soms is het verstandiger om je verlies te nemen.


  11. Schakel op tijd een incassobureau of belangenvereniging in, want sommige klanten zijn alleen gevoelig voor dreigementen. Wees vooral alert bij bedrijven met financiële problemen: bij een faillissement vis je meestal achter het net. Sommige incassobureaus werken op basis van no cure no pay. Check vooraf goed of dat ook geldt als ze kosten maken en de wanbetaler failliet gaat.


  12. Bewaak je kwaliteit, want dat is je belangrijkste troef. In het begin ben je jong, hip en ambitieus. Fouten worden je in deze fase sneller vergeven. Maar na een paar jaar moet je de kwaliteit leveren die je belooft, of je nu zin hebt of niet. Dat wil niet zeggen dat je per se op topkwaliteit moet mikken. De snelle, flexibele levering van redelijk goede stukken kan lucratiever zijn dan vechten om de top van de markt.



5. Regel je geld



  1. Vergaar eigen vermogen voor de investeringen en de kosten van levensonderhoud is de startperiode. Voor een journalistieke praktijk is relatief weinig geld nodig, maar een beetje startkapitaal heb je meestal wel nodig. Eigen vermogen hoeft niet van jezelf te zijn: een lening van vrienden of familie valt er ook onder. En het is tevens de basis om makkelijker geld te lenen van een bank.


  2. Bereken je minimale omzet op basis van de opdrachten die je al op zak hebt. Trek er de kosten af die je daarvoor moet maken en je weet je minimale nettowinst. Doe hetzelfde met de in redelijkheid te verwachten omzet en je weet waar je waarschijnlijk op kunt rekenen.


  3. Verzilver tijdig de goodwill van je praktijk, want het is niet makkelijk een zelfstandige praktijk rechtstreeks te verkopen. Je zult een omweg moeten bewandelen, bijvoorbeeld door een vennootschap aan te gaan met een andere journalist. Je introduceert hem bij je klanten en laat hem geleidelijk steeds meer opdrachten uitvoeren. Let ook op het afrekenen van de opgebouwde oudedagsreserve.


  4. Doe de boekhouding zoveel mogelijk zelf, dat bevordert het zicht op je zaak. Houd zakelijke en privégeldstromen gescheiden. Bewaar alle bewijsstukken, voor het inschrijven gebruik je een kasboek of een excelbestand. Een boekhoudprogramma kan handig zijn, maar overdrijf je automatiseringsdrift niet. Besteed de aangifte uit [7h].


  5. Let op je cashflow. Je praktijk kan zeer winstgevend zijn, maar als alle klanten pas in december hun geld overmaken heb je in de loop van het jaar geen cent te makken. De cashflow (ook wel de liquiditeit genoemd) bepaalt of je genoeg geld in kas hebt. Maak een liquiditeitsprognose als je krap dreigt te komen zitten. Het is een hulpmiddel om bottle-necks in je kasstroom te ontdekken en op tijd maatregelen te treffen.



6. Zorg voor zekerheid



  1. Combineer je praktijk met een beperkt dienstverband. Vooral in de startfase kan dat handig zijn: je gebruikt je baan als een ‘betaalde stage’ om ervaring op te doen en een netwerk op te bouwen. Op langere termijn dreigt echter het gevaar dat je aandacht te veel versnippert en je zaak niet echt van de grond komt [1e].


  2. Heb je een uitkering, gebruik deze dan als springplank. Zowel de WW, de WIA, de WWIK als de Wet Werk en Bijstand hebben startersregelingen en ook een studiebeurs staat een eigen praktijk niet in de weg. AOW’ers kunnen zelfs onbeperkt ondernemen. Voor freelancers die in de financiële problemen komen is er het Besluit bijstandsverlening zelfstandigen (Bbz).


  3. Zorg voor een financiële buffer, dat schept ruimte om nieuwe dingen uit te proberen, om nee te zeggen, om het hoofd koel te houden en de zenuwen in bedwang. Reken uit wat je maandelijks nodig hebt, niet alleen voor je vaste lasten, maar ook voor je levensonderhoud en extraatjes. Hamvraag is: hoe lang moet je het kunnen volhouden. Drie maanden is wel het absolute minimum.


  4. Maak van ondernemen geen heilig moeten. Check regelmatig of je praktijk wel voldoet aan wat je je ten doel had gesteld. Heb je grip op je leven of ben je een slaaf van je praktijk? Is een loondienstverband eigenlijk niet veel aantrekkelijker? Je kunt ook aansluiting zoeken bij een bestaand freelancerskantoor, je klantenkring kun je daarbij gebruiken als inkoopsom. Jezelf laten detacheren is een ander alternatief.


  5. Regel je oudedag. Je kunt een lijfrente of koopsompolis overwegen, maar als je voldoende discipline hebt is het voordeliger en flexibeler om je geld zelf vast te zetten. Financieel gunstig is aanmelding bij het PC Boutensfonds, dat subsidieert auteurs tot duizend euro per jaar bij de opbouw van hun oudedag.


  6. Verzeker je goed, maar niet te goed. Een ziektekostenverzekering is verplicht, een aansprakelijkheidsverzekering is onmisbaar, een begrafenisverzekering bijna altijd overbodig. En de arbeidsongeschiktheidsverzekering (AOV) zit daartussen in. De premie is aftrekbaar voor de belasting, toch heeft zestig procent van de zelfstandigen geen AOV.

  7.  


7. Bespaar op belastingen



  1. Vraag een VAR aan bij de belastingdienst en zorg dat je een VAR-wuo (winst op onderneming) krijgt. Verplicht is die niet, wel ontzettend handig omdat opdrachtgevers dan geen risico lopen op naheffingen. Omschrijf je werkzaamheden niet te nauw, je kunt het bijvoorbeeld proberen met ‘het schrijven teksten, waaronder begrepen journalistieke producties’.


  2. Vul een Eigen Verklaring auteurs en redactiemedewerkers in. Je uitgever kan daar om vragen als je geen VAR-wuo kunt overleggen én op jaarbasis meer dan 7.200 euro bij hem verdient. Deze Eigen Verklaring voorkomt het inhouden van loonheffingen onder andere als je minder dan twee dagen per week voor die uitgever werkt of als schrijven niet je hoofdberoep is.


  3. Bepaal of je btw in rekening moet brengen over een deel van je werk. Niet jíj bent namelijk btw-plichtig, maar je activiteiten kunnen dat wel zijn. Het werk van journalisten en schrijvers is vrijgesteld als het hun eigen gedachtegoed betreft. Een jaarverslag schrijven voor een bedrijf is officieel belast met 19 procent btw, net als reclameteksten. Tenzij je voor particulieren of stichtingen werkt, kan btw-heffing overigens financieel gunstig zijn door de Kleine Ondernemingsregeling (KOR).


  4. Bereken de belastingvrijstelling waarvan je gebruik kunt maken, zelfstandige ondernemers kunnen heel wat aftrekposten opvoeren. Met een VAR-wuo zit je in principe goed voor deze faciliteiten. Voor de belangrijkste aftrekposten geldt als aanvullende eis dat je minstens 1.225 uur per jaar werkt. Reizen, denken, voorbereiden, researchen en boekhouden: je mag alles meetellen. Bij twijfel – ondermeer als je naast je onderneming een baan van twee of drie dagen per week hebt – kan de belastinginspecteur vragen om het aantal uren hard te maken [9d].


  5. Bereken je netto besteedbaar inkomen. Van de verwachte nettowinst mag je eerst de belastingvrijstelling en heffingskorting aftrekken voordat je belasting gaat betalen. Voor een starter is ongeveer 25 duizend euro winst vrij van belasting, dat is ruim tweeduizend euro schoon in het handje.


  6. Reserveer geld voor de btw en de belastingaanslagen. Vooral de periode na de start is lastig: dan kun je zowel een voorlopige aanslag voor het komende jaar krijgen als een definitieve aanslag voor het voorgaande. Zet het op een aparte rekening en blijf eraf. Bedenk dat niet-betaalde belasting een kostbare lening is met een strikt persoonlijke garantie.


  7. Zorg dat buitenlandse opdrachtgevers geen belasting en premies inhouden op je honorarium, want dan betaal je dubbel. Als je elders toch belasting betaalt is het vaak mogelijk om hier een gedeeltelijke vrijstelling te krijgen. Dubbele premiebetaling voorkom je met een E101-verklaring van de Sociale Verzekeringsbank (SVb).


  8. Neem een goede boekhouder of accountant in de arm, want de bonnetjes inschrijven kun je prima zelf, maar de belastingaangifte kun je beter uitbesteden aan een professional. Het risico is te groot dat je fouten maakt of aftrekposten over het hoofd ziet. Een goede financieel deskundige verdient zichzelf terug.


  9. Bereken of je je auto op de zaak zet of privé houdt. In principe is het gunstig om auto’s ouder dan drie jaar privé te houden en de zakelijke kilometers à 19 cent te declareren bij je bedrijf.


  10. Huur een kantoor buitenshuis, dat zorgt voor gezonde scheiding tussen werk en privé. Als je kiest voor een bedrijfsverzamelgebouw of een openbare werkplek (bibliotheek, café, cowork-plek) kom je bovendien nieuwe mensen tegen. Je kunt de kosten aftrekken van de belasting. Voor een kantoor aan huis is dat lastiger, je moet onder andere zeventig procent van je inkomen in of vanuit je werkruimte thuis verdienen én die ruimte moet aan derden verhuurbaar zijn.



8. Timmer je zaak juridisch af



  1. Meld je aan bij de Kamer van Koophandel. Dat is verplicht en kost circa vijftig euro per jaar. De Kamer mag je bedrijfsgegevens doorverkopen aan commerciële partijen als Google. Als je vanuit huis werkt, zijn je privéadres en telefoonnummer dus via Google Maps te achterhalen. Als je dat onprettig vindt, geef dan aan dat je een non mailing indicator wilt. Je gegevens blijven dan nog wel zichtbaar via het Handelsregister, dat iedereen op de site van de KvK kan raadplegen.


  2. Kies een rechtsvorm. Voor de meeste zelfstandigen is een eenmanszaak de beste rechtsvorm, daar hoef je verder niets voor te regelen. Je bent privé volledig aansprakelijk voor je zakelijke aangelegenheden. Daar staat tegenover dat de winsten ook rechtstreeks naar jou gaan.

  3. Bedenk of je alleen wilt werken of samen met anderen. Voor structurele inhoudelijke samenwerking kun je een stille of openbare vennootschap opzetten. In een samenwerkingsovereenkomst regel je vervolgens onder andere hoe de taken, bevoegdheden en het geld verdeeld worden. Incidentele samenwerking kun je ook in de offerte aan de klant regelen [4f].


  4. Word lid van een beroepsvereniging, brancheorganisatie of vakbond voor zelfstandigen. Zo sla je vier vliegen in een klap: juridische ondersteuning, uitwisseling van kennis, collectieve belangenbehartiging en een mogelijkheid tot netwerken.



9. Organiseer je werk



  1. Zorg dat je bereikbaar bent. Maar overdrijf niet: 24 uur per dag je voicemail afluisteren en je e-mail checken is voor de meeste zelfstandigen niet nodig. Het is belangrijker om te regelen dat je communicatiemiddelen goed op elkaar zijn afgestemd.


  2. Investeer in goede, betrouwbare spullen. Weeg de kosten van aanschaf af tegen de tijd die je ermee bespaart. En vergeet daarbij niet de uren (of dagen) die het kost om apparatuur te installeren en te onderhouden.


  3. Voorkom RSI, want het kan je lange tijd uit de running halen en dan komt er geen geld binnen. De belangrijkste remedie is simpel: neem voldoende pauze en zorg voor beweging.


  4. Houd je uren een tijdje bij, zo krijg je grip op je belangrijkste kapitaal: tijd. Bovendien eist de fiscus het soms. Bekijk hoeveel uren declarabel zijn en welke bezettingsgraad haalbaar is. Maak een nacalculatie, zodat je in de toekomst reëler kunt offreren.


  5. Werk gedisciplineerd. Zowel luiheid als stress bedreigen de zelfstandig ondernemer. Je hoeft geen negen-tot-vijfritme aan te houden, maar regelmaat helpt wel. Maak onderscheid tussen wat belangrijk is en wat dringend. Alleen zaken die aan beide voorwaarden voldoen, moet je onmiddellijk uitvoeren.

  6. Neem kinderopvang. Een eigen praktijk laat zich goed combineren met zorgtaken. Maar andersom kan het soms spaak lopen. Zorg voor rust om te werken, de fiscus betaalt mee als je een erkende instelling inschakelt.


  7. Besteed werk uit aan een andere zelfstandige, een uitzendkracht, een stagiair of een specialist uit een lage-lonenland. Een virtual assistent uit India heb je al voor 3 tot 10 euro per uur.


  8. Houd het leuk, zet op tijd de ramen open. Jaag niet te veel achter vastgestelde doelen aan. Heb oog voor de periferie, voor nieuwe kansen, voor onverwachte combinaties. Zodat je het geluk herkent als het voor je deur staat.